Kaarderij

Kaarderij

Nederland

België

Duitsland

Tsjechië

Portugal

Noorwegen

Mayan spindle

Mayan spindle

Mayan Spinners zijn wonderbaarlijk eenvoudige en robuuste spingereedschappen. Ze zijn vernoemd naar de afstammelingen van de Maya’s in Guatemala die soortgelijke gereedschappen gebruikten voor het maken van touwen. Ze zijn gemakkelijk en leuk om te gebruiken en een geweldige manier om te leren draaien.

Een Maya Spinner bestaat uit twee delen: een handvat en een peddel. Het handvat wordt door het gat gestoken en gebruikt om de peddel te draaien. Deze rotatie genereert twist waardoor de spinner vezel in garen kan veranderen. De ene hand draait de peddel terwijl de andere hand de vezel vasthoudt die wordt gesponnen. Zodra er voldoende twist is toegevoegd, kan de peddel tussen uw knieën worden “geparkeerd” en kunnen beide handen worden gebruikt om de vezel uit te trekken om de dikte van het garen te bepalen. Terwijl u werkt, wordt het gesponnen garen opgeslagen aan de basis van de peddel.

il_794xN.412822123_hjce
c9eb09386a69b9f4f8493ef1b213d784
23c5409ce71874763f58d633f49c01d0
499dd17c5412ba4dc840b53fb6d9c85e
20395f9646c8193528b03b5871ece1c5 (1)
how-the-cowboy-makes-his-lariat_1917
il_570xN.2493731692_3dxn
il_fullxfull.1635474827_qhph
mayan_spindle_1

Vorige
Volgende

Nostepinne

Nostepinne

 

 

“Nostepinne” of “nostepinde” is een Scandinavisch woord dat zich vertaalt naar “nesting stick. Weet gewoon dat het de OG is, de grootmoeder van alle Ball Winders. Het is een apparaat dat wordt gebruikt om een garenbal met middelste trekkracht op te winden. Een nostepinne is veelzijdig, eenvoudig te gebruiken en maakt een middelste trekbal die kan worden gebruikt zonder de twist in het garen te veranderen.  

 

 

Wat is een Nostepinne? 

De nostepinne , ook wel een nostepinde of nøstepinde genoemd, is een instrument dat in de vezelkunst wordt gebruikt om garen, vaak met de hand gesponnen garen, tot een bal te winden voor effectief naaien, naaien of weven. In de eenvoudigste uitleg is het een plug. De afmetingen zijn ongeveer 10 en 12 inch lang, meestal gemaakt van hout waar garen omheen kan worden gewikkeld.

De boven- of onderkant van de meeste nostepinnes heeft een groef of een inkeping waarmee u uw werkende bol garen aan het apparaat kunt bevestigen. Deze inkepingen zorgen ervoor dat er een gemakkelijk toegankelijke trekbal in het midden is.  

Het garen dat wordt gevormd door een nostepinne te gebruiken, wordt een “center pull” -bal genoemd, waardoor de haak of breister het garen vanuit het midden van de cake kan werken in plaats van aan de buitenkant. Werken met een centrale trekbal maakt het leven gemakkelijker. Je hoeft je geen zorgen te maken dat je bal overal heen rolt en stof opzuigt. Het oppervlak waarop het garen ligt en geeft een meer voorspelbare druk. Deze bolletjes met centrale trekkracht worden “cakes” genoemd vanwege hun korte, cilindrische vorm. 

 

 

4ab74b741cadb16738f560af45bf0223
212d95b409e36b744e0553149e6b36a6 (1)
75580208_2611021345650786_2733712367115304960_n
s-l1600 (1)
hedebo-kit-e1503982457411
Loom+&+Spindle+-+Knitters+Pride+-+Nostepinne-1
noste-header_1
Nostepinne1
Nøstepinne-og-støtte-tein
nostepinne2
s-l1600

Vorige
Volgende

 

 

Geschiedenis van de Nostepinne

“Nostepinne” is afgeleid van Scandinavië en in Noorwegen wordt het echt “Nøstepinne” genoemd, waar de “ø” wordt uitgesproken als de “u” in “pijn”. In Zweden wordt het “Nystepinne” genoemd. In Noorse tradities heeft de nostepinne in de loop van hun geschiedenis meer dan één doel gehad. Ze werden vaak weggegeven als cadeau.  Historisch gezien kreeg de eerste vrouw die na het houtsnijwerk of de houtkap de schuur binnenliep, een nostepinne. Jonge mannen schonken deze handgemaakte nostepinne ook aan de jonge vrouwen waarin ze geïnteresseerd waren (sommige meisjes houden van sieraden). Hoe sierlijker het hout, hoe vaardiger de vakman, lol. Deze nostepinnes werden ook gebruikt als babyrammelaars. Er wordt gezegd dat deze rammelaar nostepinne werd gedragen door dienstmeisjes. De rammelaar uit de nostepinne zou ervoor zorgen dat de dienstmeisjes aan het werk waren.  Nostepinne werden ook gegeven als verlovingsgeschenken. Ze zouden sloten hebben uitgehouwen, met de initialen van de vrouw en de trouwdatum op de andere kant. Bovenaan zou de initiaal van de echtgenoot staan.  Vrouwen zouden de nostepinne aan de voering van hun rokken bevestigen. Ze zouden de garenbal ophangen om gemakkelijk onderweg te haken of te breien.

Hoe een Nostepinne te gebruiken?

 

 

Moswolt

Moswolt

Moswolt M1 spinnewiel met hamervormige spaken. De ontwerper en bouwer van het ‘hamerwiel’ is Gerrit Wolters uit Holten. 

 

“Is dát een spinnewiel? Nee toch? Het heeft niet eens een wiel!” Mensen die spinnewielen alleen kennen van sprookjes en schilderijen, kijken vreemd op als ze een Moswolt M1 zien. Dit spinnewiel heeft namelijk een rad met hamervormige spaken.
Bij wolspinners uit de jaren tachtig roept het wiel echter warme herinneringen aan de hippie-tijd waarin eenvoud, ambacht en dikke truien van handgesponnen wol in trek waren. Niet alleen de vorm van het spinnewiel is bijzonder, ook het verhaal daarachter.

Ambacht en eenvoud
Als Gerrit Wolters begint te vertellen, waan je je in één klap terug in de jaren zeventig en tachtig. De tijd van ‘terug naar de natuur, ambacht en eenvoud’. De tijd waarin mensen rondliepen in dikke handgebreide truien van grove schapenwol. De tijd waarin mensen wol verfden met verf die was gemaakt van bloemen en planten, en de tijd waarin het spinnewiel werd herontdekt en heruitgevonden.

Gerrit had in die jaren een succesvolle bloemenzaak op de Veluwe. Daarvoor was hij veel op beurzen te vinden, in binnen- en buitenland. Na een echtscheiding verhuisde hij met zijn zoon naar Holten, in zijn geboortestreek Salland. Daar maakte hij een totaal nieuwe start. Hij ontmoette een nieuwe vrouw en zei de bloemenhandel vaarwel. “Ik ging houtbewerken, iets waarin ik beter mijn creativiteit, inventiviteit en mijn ambachtelijke vaardigheden kwijt kon. Voor dat ambacht was in de jaren zeventig veel belangstelling. Ik startte met het maken van blankhouten kaarsenstandaards. ”

Vernoemd naar een pony
De naam van het nieuwe bedrijf was te danken aan Gerrit’s zoon. De jongen had een pony die hij Moswolt noemde. Dat was een samentrekking van de koosnaampjes die de kinderen Wolters aan hun (stief)ouders gaven: Mossie voor moeder Alie Zoer en Woltie voor vader Gerrit Wolters, samen Moswolt. Gerrit vond het een prima naam voor zijn bedrijf en verwijzing naar het nieuwe leven dat hij met Alie was begonnen. Daarmee was, onbewust, ook de naam van het latere spinnewiel geboren.

In een oude kippenschuur
De start van het bedrijf Moswolt was eenvoudig. Gerrit had geen gereedschap, geen hout en geen werkplaats en ook geen geld om daarin te investeren. Het ‘bedrijfspand’ was een oude kippenschuur. Hier maakte hij zijn eerste houten kaarsenstandaards. Dat deed hij op kleine schaal, tot er een winkelier bij hem aanklopte voor een bestelling van honderden exemplaren.
“Naast flink wat tegenslag heb ik veel geluk gehad in mijn leven. Mensen gunden me het goede. Zoals in dit geval die winkelier die jarenlang producten bij me bestelde. Mijn zwager gaf me een professionele boormachine en mijn neef liet me in de weekenden zijn timmerwerkplaats gebruiken.”

Spinnende kunstenares
Zo kwam de firma Moswolt vlot op gang. Na een paar jaar vormden de kaarsenstandaards voor Gerrit geen uitdaging meer. Nog voordat hij kon nadenken over een alternatief, werd het hem op een presenteerblaadje aangeboden. Op een dag stond hij te schuren en schaven in zijn kippenhok toen er een zekere mevrouw Gijbels uit Bathmen aanklopte. Zij vroeg of Gerrit naast kaarsenstandaards ook spinnewielen kon bouwen.
De vrouw, antroposofisch kunstenares, spinster, weefster en keramiste, gaf ook spinlessen en zocht een eigentijds spinnewiel.
“Haar uitdaging er één te ontwerpen nam ik graag aan. Ik zie mezelf graag als een soort uitvinder, die graag technische ideeën ontwikkelt, vormgeeft, uitprobeert en verbetert. Net zo lang tot ik tevreden ben,” zegt Gerrit. “Ik zag meteen mogelijkheden het spinnewiel op de markt te brengen.”

De ontwerper ging niet over één dag ijs. Van wol en spinnewielen wist hij vrijwel niets. Daarom leerde hij spinnen. Ook vergeleek hij allerlei modellen spinnewielen: traditioneel, modern, afkomstig uit Nederland en uit het buitenland. Alle wielen beoordeelde hij op sterke en zwakke punten.
“De techniek van het spinnewiel zelf is niet al te ingewikkeld. Lastiger was, dat de meeste spinnewielen van gedraaid hout zijn,” aldus Gerrit. “Houtdraaien is een techniek die ik niet beheers. Bovendien vind ik houtdraaiwerk niet zo mooi. Te traditioneel. Ik houd meer van een strakke vormgeving.”

Het grootste struikelblok voor Gerrit’s zelfontworpen spinnewiel was het wiel zelf. Hij kon en wilde geen kostbare apparatuur aanschaffen om hout te vormen. Daarom bedacht hij de hamervormige spaken, waaraan de Moswolt M1 zijn kenmerkende uiterlijk dankt.
Dit ‘hamerwiel’ is echter niet het enige bijzondere aan dit spinnewiel. Twee andere bijzonderheden zijn de kogelconstructie bij de trapper en het grote spingat. Dankzij dit forse spingat kan er zowel heel dun als heel dik garen gesponnen worden. Vooral dik garen was in de jaren zeventig erg in trek.

Breinaaldenfabriek op het CV
Tegelijk met de spinnewielen besloot Gerrit ook houten breinaalden te maken. Dankzij een stand op de Kreatief Beurs in Utrecht vielen groothandels en wolwinkels er massaal voor. De forse houten breinaalden naalden waren razend populair omdat ze zo goed pasten bij de trend van dikke breigarens. Tijdens en na de beurs stroomden bestellingen voor de houten breinaalden binnen, afkomstig uit binnen- en buitenland.
In de maanden daarna hielp het hele gezin mee bij het produceren en verpakken van houten breinaalden in de maten 4 mm tot 18 mm. Eén van de kinderen heeft nog steeds op haar CV staan dat ze ooit in een “breinaaldenfabriek” werkte.
Toen de kinderen het werk niet meer aankonden, ze moesten ook nog af en toe naar school, schakelde Gerrit de Almelose sociale werkvoorziening SoWeCo in.
Rond dezelfde tijd verhuisde het gezin Wolters en de firma Moswolt naar een historische boerderij aan de rand van Holten. Een gedeelte daarvan richtte Gerrit in als houtwerkplaats. Hier bouwde hij zijn zelfontworpen spinnewielen, de Moswolt M1 en later ook de M2.

Populair in het buitenland
Ondertussen kwam ook de verkoop van de Moswolt spinnewielen op gang. Verrassend genoeg kwam de vraag vooral uit het buitenland, te beginnen met Duitsland. Twee Duitse garengroothandelaren hadden het wiel op de Kreatief Beurs van 1977 ontdekt, Erich Baer van de firma Wollbaer uit Hamburg en Kiky Grimm uit Bramse. Kiky Grimm importeerde kwaliteitswol uit Scandinavië en de strakke, blankhouten Moswolt spinnewielen pasten daar perfect bij. Baer en Grimm zorgden dat de spinnenwielen ook in Duitsland populair werden.

Zinvolle verbeteringen
Al snel verkocht Moswolt honderden M1 spinnewielen. Net als de breinaalden werden deze later ook (gedeeltelijk) bij de SoWeCo in Almelo gemaakt. De eerste 100 spinnewielen bouwde Gerrit echter volledig zelf. Dat gaf hem de gelegenheid verbeteringen aan te brengen.

  • Messing spingat
    De M1 had oorspronkelijk een houten spingat. Dat was gevoelig voor slijtage. “De gebruikers bleken veel meer en enthousiaster te spinnen dan ik had verwacht. Daardoor sleet de draad het hout uit,” aldus Gerrit. “Daarom plaatste ik in latere exemplaren een spingat van messing.”
  • Soepele kogellager
    Ook voorzag Gerrit het spaakwiel van de latere exemplaren van een kogellager. De eerste M1’s hadden een geschroefde verbinding. Het kogellager liet het wiel soepeler draaien en maakte het degelijker.
  • Trapper en trapstok verbeterd
    De bevestiging van de trapper aan de trapstok is bij de latere M1’s ook verbeterd. Bij de eerste spinnewielen zat de trapstok rechtstreeks in de houten kogel geschroefd met bout en moer. Door de in- en uitgaande beweging die de trapstok maakt bij het spinnen, sleet het schroefgat uit. Daarom werd later eerst een houtmof in de kogel geplaatst. De bout (maat M8) draait nu in de houtmof en niet direct in de bal. Daardoor is er weinig tot geen slijtage.
  • Breder voetpedaal, robuustere constructie
    Een andere verbetering is de robuustere constructie van de latere modellen en het verbrede voetpedaal. Ook werd de constructie zo aangepast dat het wiel als bouwpakket verstuurd kon worden.
    Het eerste Moswolt spinnewiel was hiermee geperfectioneerd. Daarna ontwierp Gerrit Wolters een tweede model, de M2. Hij besloot verder te variëren met het model van het wiel. Na het wiel met de hamers maakte hij nu een wiel gevormd uit 4 afgeronde rechthoeken.

Extra accessoires
Gerrit Wolters maakte ook toebehoren bij zijn Moswolts. Zo ontwierp hij een bijpassend haspel voor het opwikkelen van de garens. Het ontwerp is bijzonder, omdat de haspel meeloopt met het wiel. Al trappend loopt het garen van de spoel over op de haspel.
Een spoelenhouder (ook wel ‘Lazy Kate’ genoemd) en een vlasrok waren andere interessante aanvullingen. Ook kwamen er Moswolt spintollen, wolkaarders en houten presentatierekken voor wolwinkels.

Door heel Europa
Hoeveel M1 en M2 spinnewielen er precies zijn gemaakt en verkocht, werd niet bijgehouden. Naar schatting waren het er zo’n 1200, vanaf 1978 tot ongeveer 1983. De meeste daarvan zijn verkocht in het buitenland, met name Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en de Scandinavische landen.
In Nederland zijn naar verhouding weinig Moswolt spinnewielen over de toonbank gegaan. “In Nederland was het Louët S10 spinnewiel erg in trek. Net als de Moswolt had het ook een unieke vormgeving, in dit geval een grote houten schijf als wiel”.
“Louët mikte in het begin vooral op de Nederlandse markt. Moswolt was dankzij de Duitse beurzen juist meteen in trek in de rest van Europa. Daarom ontbrak bij mij de tijd en de noodzaak om veel in Nederland aan de weg te timmeren.”
De bijzondere vormgeving van de Louët kan Gerrit zeer waarderen. Toch heeft de dichte schijf wel een nadeel. De Louët S10 is vrij gemakkelijk te kopiëren, waardoor de firma concurrenten voor het gerecht moest slepen. Dat probleem was er met de hamers en de rechthoeken van de M1 en M2 niet.

Hype voorbij
Aan het begin van de jaren tachtig was de hype rond breien, wol verven en spinnen vrij plotseling voorbij. De ene na de andere wolwinkel sloot de deuren. Gerrit besefte altijd al dat dit moment zou komen. Zodra de verkoop terugliep, stopte hij meteen met de productie van de spinnewielen. Nog jarenlang stonden dozen met door de SoWeCo gemaakte onderdelen op de zolder van de boerderij. “De laatste M1 en M2’s heb ik rond 2008 nog in elkaar gezet en voor een habbekrats verkocht.”

Voor de tweede keer in zijn leven stond Gerrit Wolters met lege handen. Gelukkig had hij een hoofd vol ideeën en tijd en geld om iets nieuws te ontwikkelen. De firma Moswolt richtte zich in het vervolg op de ontwikkeling van ergonomische stoelen voor gehandicapten. Ook iets waar de ontwerper zich creatief en technisch op kon uitleven.
“Het mooiste van het verhaal is, dat het succes van deze stoelen te danken is aan de verkoop van één van de laatste spinnewielen. Een echtpaar kwam voor dat spinnenwiel naar mijn werkplaats. De man zag mijn ergonomische, instelbare en op maat gemaakte stoelen staan. Hij moest voor zijn werk dit soort stoelen aan gehandicapten verstrekken, maar kon niets geschikts vinden. Tot hij die van mij zag. Zo had ik dankzij de spinnewielen voldoende geld tot aan mijn pensioen.”

Moswolt, een ‘stuk Europese spinhistorie’ is nog altijd geliefd. Waarom eigenlijk?
Ruim 40 jaar nadat de eerste Moswolt M1 gemaakt werd, is het unieke spinnewiel nog steeds geliefd bij wolspinners. Dat is bijzonder, want spinnewielen zijn de afgelopen decennia sterk verbeterd. Voorbeelden zijn de geavanceerde Ashford, Majacraft en Louet spinnewielen.
Toch grijpen eigentijdse wolspinners graag de kans om (ook) een oude Moswolt op de kop te tikken. Dat is deels om zijn goede eigenschappen, deels uit sentiment naar vroeger. “It is a child of that time, when we all wanted to spin rather thick yarn for our hippie-stuff,” schreef een spinster erover. Sommigen geven hun Moswolt zelfs koosnamen zoals Mossie, of Thor (naar de Germaanse god met de hamer).
Net als vroeger is de Moswolt vooral bij spinners in het buitenland populair.  

Waarom zo bijzonder?
Wolspinners hebben diverse redenen om juist aan de Moswolt verknocht te zijn. Ze loven niet alleen de vormgeving met de hamers. Ook erg enthousiast zijn ze over de enorm grote spoelen die bij de M1 horen. Daar past een flinke hoeveelheid gesponnen draad op. De spoelen zijn bijzonder praktisch voor het spinnen van dikke garens en ‘art yarns’ zoals dik-dun garens en bouclé’s.
Toch is de Moswolt ook heel geschikt voor het spinnen van heel dunne garens, door het wiel langzaam te laten draaien. Het is namelijk een wiel met zogenaamde ‘Irish tension’. Daarbij drijft de snaar de spoel aan, en remt het wiel af op de vlucht en niet op de spoel.
Behalve om te spinnen, wordt de Moswolt ook vaak benut om twee garens te twijnen.

Technische gegevens Moswolt M1

  • Model: Staand model (oftewel ‘Schippertje’)
  • Werking: De Moswolt M1 is een spinnewiel met een trapper, waarop de spinner met 1 voet spint. De snaar drijft direct de spoel aan, en daardoor gaat de vlucht draaien.
  • Houtsoort: de meeste wielen zijn gebouwd van Fins Grenen. (Oudere prototypen soms van ander hout, zoals Parana Pine)
  • Spingat: 13 mm. Dit is groot voor een spinnewiel. Daarom kunnen er ook dikke garens en art yarns mee gesponnen worden.
  • Wiel: Bestaand uit spijlen met hamerkop en een gefreesde baan voor de snaar.
  • Doorsnede wiel: 44 cm
  • Lagers: Het wiel is dubbelkogellagerd en heeft geen smering nodig. De overige draaiende delen zijn nylon gelagerd.
  • De allereerste modellen hadden nog geen kogellagers.
  • Snaar: Oorspronkelijk werd het wiel geleverd met een snaar van slipvrije polyurethaan. Volgens gebruikers is een leren snaar of zelfs een stevige draad net zo geschikt of zelfs beter.
  • Snaarspanning: De spanning op de snaar kan worden aangepast door de knop op het spinhoofd strakker of losser te zetten.
  • Irish tension: De moswolt is een Irish tension wheel. Dat betekent dat het wiel afremt op de vlucht en niet op de klos.
  • Toebehoren:
    •  3 zeer grote spoelen voor ongeveer 300 gram garen elk
    •  haspel, omloopmaat 100 cm
    • vlasrok

Moswolt-4-kleuren
M1van-Wilma-Frieling
Moswolt-M1-foto-Wolters-1-e1606900906610-171x228
Moswolt-M1-met-vlasrokhouder-2-300x400
Moswolt-Duitse-beurs-2-225x300
Moswolt-interieur-225x300
Moswolt-breinaaldenrek-foto-Wolters-2-300x400

Vorige
Volgende

Landelijke spingroep

Landelijke spingroep

We spinnen nog steeds op spinnewielen en spintollen. De wielen zijn nu vaak voorzien van moderne technologie. Naast de vertrouwde natuurlijke vezels als wol, zijde, katoen en vlas spinnen we nu ook met vezels als tencel, soja en bamboe.

De Landelijke Spingroep brengt sinds 1999 spinners met elkaar in contact, verzamelt en verstrekt informatie over spinmaterialen en -technieken en over de verdere verwerking van de gesponnen garens.

Een aantal activiteiten van de Landelijke Spingroep:

  • Het jaarlijks organiseren van de Landelijke Spindag
  • Vier maal per jaar krijgen de leden de digitale nieuwsbrief ‘Spinspirerend’ en eenmaal de ledenlijst
  • Het stimuleren van de opzet van lokale spingroepen
  • De organisatie van het Nederlands Kampioenschap Wolspinnen
  • Regionale activiteiten


Landelijke spingroep

Mayan spindle

Schotse Dealgan Spindle

Mayan Spinners zijn wonderbaarlijk eenvoudige en robuuste spingereedschappen. Ze zijn vernoemd naar de afstammelingen van de Maya’s in Guatemala die soortgelijke gereedschappen gebruikten voor het maken van touwen. Ze zijn gemakkelijk en leuk om te gebruiken en een geweldige manier om te leren draaien.

Een Maya Spinner bestaat uit twee delen: een handvat en een peddel. Het handvat wordt door het gat gestoken en gebruikt om de peddel te draaien. Deze rotatie genereert twist waardoor de spinner vezel in garen kan veranderen. De ene hand draait de peddel terwijl de andere hand de vezel vasthoudt die wordt gesponnen. Zodra er voldoende twist is toegevoegd, kan de peddel tussen uw knieën worden “geparkeerd” en kunnen beide handen worden gebruikt om de vezel uit te trekken om de dikte van het garen te bepalen. Terwijl u werkt, wordt het gesponnen garen opgeslagen aan de basis van de peddel.

il_794xN.412822123_hjce
c9eb09386a69b9f4f8493ef1b213d784
23c5409ce71874763f58d633f49c01d0
499dd17c5412ba4dc840b53fb6d9c85e
20395f9646c8193528b03b5871ece1c5 (1)
how-the-cowboy-makes-his-lariat_1917
il_570xN.2493731692_3dxn
il_fullxfull.1635474827_qhph
mayan_spindle_1

Vorige
Volgende

Stel een vraag via Whatsapp.